EnglishFrançaiseEspañolDeutsch

Update asbest contaminatie straalgrit EUROGRIT

Papendrecht, 19 October, 2017

 

Betreft: Update asbest contaminatie straalgrit EUROGRIT

 

Geachte relatie,

Op 5 en 7 oktober 2017 zonden wij u berichten over het feit dat in Eurogrit straalgrit kleine hoeveelheden chrysotiel ("witte asbest") via de aangevoerde grondstof smeltslakken terechtgekomen zijn. Het heeft langer geduurd dan wij graag hadden gewild om u nadere informatie te verschaffen. Eurogrit begrijpt goed dat er veel vragen leven bij klanten en bij gebruikers van Eurogrit straalgrit. Wij hechten groot belang aan een juiste en zorgvuldige berichtgeving en wij hebben willen voorkomen dat wij berichten aan klanten zouden sturen die later weer zouden moeten worden ontkracht. Ook is het onderzoek van de diverse inspecties, waaraan Eurogrit alle mogelijk medewerking verleent, nog niet afgerond. Wij voeren overleg met de inspecties en hebben de uitkomst daarvan willen betrekken in de informatie die wij aan u verschaffen. Ook dit heeft eraan bijgedragen dat wij u niet eerder nader konden berichten.

In deze brief informeren wij u over de juiste (en onjuiste) methoden voor monstername en het testen op de aanwezigheid van chrysotiel. Toepassing van de juiste genormeerde methode kan verstrekkende gevolgen hebben voor de maatregelen die volgens het Arbobesluit moeten worden genomen, en daaruit volgend de voorwaarden waaronder het (gebruikte) grit kan worden opgeruimd. Dit kan van invloed zijn op het prijsniveau en de doorlooptijd van het opruimen hiervan. Ook informeren wij u over de concentraties chrysotiel die zijn aangetroffen in de diverse monsters die Eurogrit heeft laten analyseren. Indien u Eurogrit straalgrit hebt doorgeleverd aan andere partijen, verzoeken wij u vriendelijk om deze brief, net als onze vorige brieven, aan die andere partijen door te sturen. Voor buitenlandse gebruikers hebben wij een aangepaste brief gemaakt (omdat daar geen NEN-normen gelden). Die zal zo snel mogelijk worden gepubliceerd op www.eurogrit.com.

Gebruik van de juiste NEN-normen is essentieel

Wij hebben inmiddels van diverse klanten en gebruikers asbestinventarisaties ontvangen en berichten gekregen over geplande saneringen. Veel van de analyses blijken te zijn gedaan op basis van NEN 5896. De door ons ingeschakelde experts hebben ons geadviseerd dat dat een onjuiste methode is voor het kwantitatief analyseren van de aanwezigheid van asbest (chrysotiel) in het aan u geleverde en door u of uw klanten gebruikte Eurogrit straalgrit. De juiste methode is: monsterneming volgens NEN 5897 en analyse volgens NEN 5898. Zeer recent hebben wij ook van ISZW de bevestiging ontvangen dat dit de (enige) juiste methode is.

 

Indien het door u ingeschakelde gecertificeerde inventarisatiebedrijf uitsluitend een asbestanalyse heeft laten uitvoeren op basis van NEN5896, is daarom sterk aan te raden (om onnodig hoge kosten van sanering en onnodig lange stilstand van het project te vermijden) om alsnog een monsterneming en analyse te laten uitvoeren volgens NEN5897 resp. NEN5898.

 

Aangetroffen gehaltes chrysotiel

Wij hebben van klanten en gebruikers veel vragen ontvangen over de exact aangetroffen gehaltes chrysotiel en de leveringen waarin mogelijk chrysotiel terecht is gekomen. Op die vragen wilden wij zorgvuldig antwoord kunnen geven, en daarvoor was nader onderzoek nodig. Dat heeft enige tijd in beslag genomen.

Hierbij verschaffen wij u meer gedetailleerde informatie over de analyses die Eurogrit tot nu toe heeft laten uitvoeren van de grondstoffen die aan Eurogrit zijn geleverd, evenals van het gereed product Eurogrit straalgrit (aluminiumsilicaat) dat aanwezig was op de productiefaciliteit in Dordrecht. Deze informatie hebben wij ook aan de inspecties verschaft. Contra-analyses op basis van NEN 5897 en NEN 5898 worden op dit moment verricht in opdracht van de Nederlandse autoriteiten.

Eurogrit straalgrit geleverd vanaf juli 2017

  1. In de verontreinigde grondstof smeltslakken die eind juni 2017 aan Eurogrit is geleverd, is een kleine hoeveelheid chrysotiel aangetroffen. Er zijn meerdere monsters genomen. De hoogst gemeten concentratie in die monsters is 57 mg per kg droge stof (57 mg/kg d.s.). Op basis van deze analyse hebben wij besloten om u te adviseren om te stoppen met het gebruik van al het Eurogrit straalgrit dat met deze grondstof is geproduceerd (zie onze eerste brief aan u van 5 oktober 2017).
  2. Eurogrit vermengt verschillende batches van hetzelfde type grondstof (van verschillende leveranciers) voor het maken van het eindproduct. De concentratie chrysotiel die is gemeten in het eindproduct straalgrit dat is geproduceerd met (onder andere) de verontreinigde grondstof van eind juni 2017, varieert van 1,4 tot 2,5 mg/kg d.s.

Eurogrit straalgrit geleverd vóór juli 2017

  1. Eurogrit heeft ook monsters laten analyseren van smeltslakken die haar zijn geleverd tussen juni 2016 en juni 2017, voor zover daarvan nog voldoende materiaal aanwezig was. Van vóór juni 2016 was geen of onvoldoende materiaal meer aanwezig om een goede asbestanalyse te kunnen uitvoeren. De leverancier of leveranciers waarvan Eurogrit op dit moment vermoedt dat die eind juni 2017 de verontreinigde smeltslakken aan Eurogrit heeft/hebben geleverd, is/zijn in mei 2015 begonnen met leveren aan Eurogrit.
  1. In de grondstof smeltslakken die Eurogrit tussen juni 2016 en juni 2017 heeft ontvangen, is bij de nu gerapporteerde analyses een concentratie chrysotiel aangetroffen tussen 1,6 en 4,4 mg/kg d.s.
  1. Eurogrit vermengt verschillende batches van hetzelfde type grondstof (van verschillende leveranciers) voor het maken van het eindproduct. Van het gereed product Eurogrit straalgrit dat aan klanten is geleverd vóór juli 2017 zijn (nog) geen analysegegevens beschikbaar. Op basis van de concentratie van tussen 1,6 en 4,4 mg/kg d.s. in de (verontreinigde) grondstof is de huidige inschatting dat de concentratie chrysotiel in het straalgrit van vóór juli 2017 nabij de detectielimiet ligt.
  1. Wij hebben de gegevens over de (zeer lage) aangetroffen concentraties gedeeld met de inspecties. In overleg met hen hebben wij vooralsnog op basis van die gegevens besloten niet dezelfde maatregelen te nemen als voor de partijen van ná juli 2017.

Naar wij begrijpen, wordt momenteel in opdracht van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek gedaan naar het niveau van de blootstelling aan chrysotiel dat het gebruik van het Eurogrit straalgrit met zich mee kan hebben gebracht. Wij zullen u informeren wanneer de resultaten daarvan worden gepubliceerd, maar wij kunnen zelf geen invloed uitoefenen op de voortgang daarvan.

Verder zijn wij nog in gesprek met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Inspectie Leefomgeving en Transport over de beste manier om ongebruikt en gebruikt Eurogrit straalgrit te verwijderen. Zodra daarover meer duidelijkheid is, berichten wij u graag weer.

Met vriendelijke groet,

EUROGRIT BV

 

Jeroen Keswiel

Business Line Manager Abrasives

 

 

Bijlage(n): 1

 

Bijlage: uitleg over analysemethode

 

Hieronder volgt een toelichting op de toepassing van de juiste analysemethode, opgesteld in samenspraak met onze deskundigen.

Eurogrit straalgrit bestaat uit aluminiumsilicaat. Dit zijn homogene korrels van een oxideachtige verbinding van aluminium, silicium en zuurstof. Het materiaal komt vrij als ‘smeltslak’ tijdens het verbranden van kolen bij een temperatuur van ± 1600⁰C. Chrysotiel asbest valt uiteen bij ± 850⁰C. Gezien de hoge verbrandingstemperatuur van de kolen, is dus uitgesloten dat zich asbest bevindt in de korrels aluminiumsilicaat zelf. Het kan dan ook niet anders dan dat een asbestcontaminatie zich inhomogeen ("los") tussen het grit heeft verdeeld. Daarom kan het grit gezien worden als een inhomogeen materiaal. Dit maakt dat daarop NEN5897 en NEN5898 van toepassing zijn.

 

NEN 5896

De NEN 5896:2003 nl “Kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatiemicroscopie” beschrijft weliswaar de monstername van inhomogeen asbesthoudend materiaal maar geeft slechts antwoord op de vraag of asbest überhaupt aanwezig is binnen het onderzochte materiaal en beschrijft geen absolute concentratie (alleen kwalitatief). Op basis van de NEN 5896 kunnen asbest-besmette locaties worden onderscheiden van schone locaties.

Deze methode geeft, zoals de aanduiding al zegt, in de eerste plaats een kwalitatieve beoordeling: is er asbest aanwezig en welke type betreft dit? Daarnaast maakt de analist een schatting van het gehalte asbest. Daarbij geldt een categorie-indeling. De laagste gewichtsklasse is 0,1-2%, met andere woorden: 1.000-20.000 mg/kg droge stof (d.s.) en geeft geen afspiegeling van de daadwerkelijke concentratie. Zodra er met lichtmicroscopie in materiaal asbest wordt waargenomen, ook al is dat maar één vezel, wordt dat materiaal in deze categorie geplaatst. Voor deze ’snelle’, relatief goedkope analyse is slechts een kleine hoeveelheid monster nodig. Indien op basis van uitsluitend deze analyse de risicoklasse wordt vastgesteld met behulp van SMA-rt, komt daar al snel risicoklasse 2 uit, wat een dure sanering (wellicht onterecht) noodzakelijk maakt.

Voor nader onderzoek, de kwantitatieve bepaling, verwijst NEN 5896 naar NEN 5897.

 

NEN 5897

De NEN 5897+C1:2016 nl. "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” beschrijft de specifieke wijze van monstername. Er moet een relatief grote hoeveelheid materiaal in een groot aantal kleine schepjes op verschillende plaatsen als monster worden genomen (min 5 kg in 50 grepen van minimaal 100 gram op verschillende plaatsen verdeeld over de hele partij of batch). NEN 5897 verwijst vervolgens voor analyse naar de NEN 5898.

 

NEN 5898

De NEN 5898+C1:2016 nl “Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat” beschrijft de analysemethodiek voor kwantitatieve bepaling van de hoeveelheid asbest in het te onderzoeken materiaal. Voor de analyse van een inhomogene grondstof is deze methode sowieso de enig toepasselijke. Omdat er meer materiaal voor de analyse beschikbaar is, is de analyse veel nauwkeuriger dan wanneer NEN 5896 wordt toegepast. De detectiegrens bij NEN 5898 ligt in de ordegrootte van 0,0001%, dat wil zeggen 1 mg/kg d.s. Bij een analyse op grond van NEN 5898 kunnen de gegevens niet worden ingevoerd in SMA-rt, want dat is daarvoor niet geschikt en niet bedoeld.

De concentraties chrysotiel die zijn gemeten in het gereed product Eurogrit straalgrit liggen onder de 5 mg/kg d.s., zoals is toegelicht in de brief waar deze bijlage bij hoort. Er is dan ook geen reden om te denken dat in gebruikt straalgrit de concentratie hoger ligt dan dat (tenzij er asbesthoudende materialen mee zijn gestraald). Het is daarom onze inschatting dat u na een monsterneming op basis van NEN 5897 en een analyse op basis van NEN 5898 de noodzaak kunt voorkomen van een ingrijpende sanering.
Of die inschatting juist is, wordt op dit moment in opdracht van de overheid getoetst aan de hand van metingen die zij laat uitvoeren bij het opruimen van gebruikt straalgrit. Wij zullen u over de uitkomst hiervan informeren zodra wij zelf over voldoende zekere informatie beschikken. Wij raden u ten zeerste aan deze analyses conform NEN 5897 en 5898 z.s.m. te laten uitvoeren zodat u over de juiste gegeven beschikt zodra er definitief duidelijkheid is over hoe er met het gebruikte Eurogrit straalgrit moet worden omgegaan.

 

Gebruikt Eurogrit straalgrit

Een exacte concentratiebepaling (conform NEN 5898) is noodzakelijk voordat afvoer van gebruikt Eurogrit straalgrit kan plaatsvinden. Voor de juiste werkwijze ontvangt u nadere richtlijnen zodra wij hierover meer duidelijkheid hebben gekregen van de overheid. 



Naar het overzicht